Zuster, hoor eens..

Zuster, hoor eens

Zie me niet als een verwarde,
achterdochtige persoon
en benader mij beslist niet
op betuttelende toon.
Noem me daarom dus geen ‘lieverd’,
doe niet of je me goed kent.
Ik ben net een mens als jij hoor,
ook al noem je mij ‘dement’.

Ik ben oud en ook volwassen,
gebruik dus geen babytaal.
Vriend’ lijk zijn vind ik geweldig,
maar praat met mij heel normaal.
Ook al raak je soms vertederd,
ook al ben je me soms zat,
ook al vind je me wel aardig,
dan ben ik nog niet jouw ‘schat’.

‘k Ben van zorg helaas afhank’ lijk
en dat doet me best veel pijn.
Desondanks ben ik jou dankbaar,
dat je er voor mij wil zijn.
Bouw aan wederzijds vertrouwen,
ook al maak ik soms misbaar.
Praat daarbij met mij respectvol,
gelijkwaardig aan elkaar.

© Hans Cieremans

Toon Hermans

Er moeten mensen zijn
die zonnen aansteken,
voordat de wereld verregent.

Mensen die zomervliegers oplaten
als het ijzig wintert,
en die confetti strooien
tussen de sneeuwvlokken.

Die mensen moeten er zijn.

Er moeten mensen zijn
die aan de uitgang van het kerkhof
ijsjes verkopen,
en op de puinhopen
mondharmonica spelen.

Er moeten mensen zijn,
die op hun stoelen gaan staan,
om sterren op te hangen
in de mist.
Die lente maken
van gevallen bladeren,
en van gevallen schaduw,
licht.

Er moeten mensen zijn,
die ons verwarmen
en die in een wolkeloze hemel
toch in de wolken zijn
zo hoog
ze springen touwtje
langs de regenboog
als iemand heeft gezegd:
kom maar in mijn armen

Bij dat soort mensen wil ik horen
Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

Er moeten mensen zijn
die op het grijze asfalt
in grote witte letters
LIEFDE verven
Mensen die namen kerven
in een boom
vol rijpe vruchten
omdat er zoveel anderen zijn
die voor de vlinders vluchten
en stenen gooien
naar het eerste lenteblauw
omdat ze bang zijn
voor de bloemen
en bang zijn voor:
ik hou van jou

Ja,
er moeten mensen zijn
met tranen
als zilveren kralen
die stralen in het donker
en de morgen groeten
als het daglicht binnenkomt
op kousenvoeten

Weet je,
er moeten mensen zijn,
die bellen blazen
en weten van geen tijd
die zich kinderlijk verbazen
over iets wat barst
van mooiigheid
Ze roepen van de daken
dat er liefde is
en wonder
als al die anderen schreeuwen:
alles heeft geen zin
dan blijven zij roepen:
neen, de wereld gaat niet onder
en zij zien in ieder einde
weer een nieuw begin
Zij zijn een beetje clown,
eerst het hart
en dan het verstand
en ze schrijven met hun paraplu
i love you in het zand
omdat ze zo gigantisch
in het leven opgaan
en vallen
en vallen
en vallen
en OPSTAAN

Bij dát soort mensen wil ik horen
die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
de muziek gaat DOOR
de muziek gaat DOOR
en DOOR

~Toon Hermans~

Schuldgevoel

Schuldgevoel

Het schuldgevoel
blijft aan me knagen.
Jij loopt continu,
mijn aandacht te vragen.
Ik kan geen stap zetten,
ik moet op je letten.
Ik kan er niet tegen,
’t grijpt mij naar de keel.
Ik wil je wel helpen,
maar ’t wordt soms te veel.
Dan word ik boos,
word ik ongeduldig.
En als jij dan huilt,
dan voel ik me schuldig.

Ze zijn goed bedoeld
alle adviezen.
toch dreig ‘k steeds vaker
de moed te verliezen.
’t Is zo tegenstrijdig,
waarom word ik nijdig?
Is het mijn onmacht,
ben ik te moe?
Is het de vraag:
‘Waar gaat dit naartoe?’
Ik zou zo graag willen
om alles te geven.
Maar ik heb toch ook
een eigen leven?

Is ’t egoïstisch
om dat te denken?
Die vraag druk ik weg,
‘k bedien op je wenken.
Ik doe wat je zegt,
mijn lach is niet echt.
Soms wil ik vluchten,
kan ik het niet aan.
Dan houd jij me tegen,
je laat me niet gaan.
Langzaam maar zeker
laat ik de moed zakken.
Kan ik het ooit weer;
‘Mijn leven oppakken?’

Je schuldig voelen
kost veel waterlanders,
maar echt schuldig zijn,
is heel wat anders.

© Hans Cieremans