Laten wij ze niet vergeten

laten-wij-825x210

Laten wij ze niet vergeten

Laten wij ze niet vergeten,
als ze ons vergeten zijn.
Laten wij wat zonlicht schenken
in hun schemerige brein.

Laten wij hun tranen drogen,
met de warmte van ons hart.
Laten wij ze richting geven
in de weg die hun verwart.

Laten wij ze niet vergeten,
als herinnering verbleekt.
Laten wij dan naar hen luist’ren,
als slechts hun verleden spreekt.

Laten wij dan mee bewegen
in beleving van weleer.
Laten wij vertrouwen geven,
niets steeds zeggen ‘kan niet meer’.

Laten wij ze niet vergeten,
als ze ons vergeten zijn.
Laten wij elkaar beloven
om er steeds voor hen te zijn.

©Hans Cieremans

 

Ons geluk

ons geluk

Soms is het moeilijk jouw aandacht te krijgen,
je kijkt, maar jij ziet me niet.
Ik weet intussen, ‘t is beter te zwijgen
en blader wat in een Margriet.
Ik lees geen woord, ik kijk naar de plaatjes
en denk aan hoe het eens was.
We waren verliefd en heel dikke maatjes,
net zestien en groen als het gras.

We zijn vroeg getrouwd, de kindertjes kwamen,
we kregen een dochter en zoon.
En al ons geluk, dat deelden we samen,
geluk was destijds heel gewoon.
We hadden het fijn, we hebben genoten,
het leven was toen één groot feest.
Die tijd is voorbij, voorgoed afgesloten,
wat was komt niet meer, da’s geweest.

Het leven neemt nu een andere wending,
niet zoals wij hadden gehoopt.
Ons levensverhaal krijgt geen ‘happy ending’,
door Alzheimer word jij gesloopt.
Het leven is eindig, da’s niet te vermijden,
maar zo valt die eindigheid zwaar.
Het is zo verdrietig om jou te zien lijden,
dit wilden we niet voor elkaar.

Ik vind het moeilijk jouw aandacht te krijgen,
dus staar ik maar in een Margriet.
Alzheimer is ons geluk gaan bedreigen,
het wordt nu vermengd met verdriet.
Alzheimer wil de herinn’ ring verstoren,
herinnering aan ons geluk.
Maar dat lukt niet, dat gaat nooit verloren,
zelfs Alzheimer krijgt dat niet stuk.

© Hans Cieremans

Alles…

Alles
wat je ergert,
is er om je te leren 
over geduld.

Iedereen
die je verlaat,
leert je om
op eigen benen te staan.

Alles
wat je boos maakt,
is er om je te leren
over compassie
en vergeving.

Alles
wat macht over je heeft,
is er om je te leren
hoe je je kracht weer in eigen handen kan nemen.

Alles
wat je haat,
is er om je te leren
over onvoorwaardelijke liefde.

Alles
waar je bang voor bent,
is er om je te leren
over moed en
het overkomen van je angst.

Alles
wat je niet kan controleren,
is er om je te leren
hoe je los kan laten en
te vertrouwen op het Universum.

-Tiger Singleton-DSCN8891

Samen, afzonderlijk

zo

Samen, afzonderlijk

Onderstaand gedicht is geschreven op de melodie van Donna, donna (Joan Baez)

muziek donna donna

Zo vertederend,
soms vernederend.
’t Voelt zo dubbel als ik haar zie.
Zo vergankelijk,
zorgafhankelijk,
het gezicht van haar dementie.
Ik zie al haar kwetsbaarheid,
‘k voel verborgen pijn.
Maar ze raakt me, ze ontroert,
een mens dat er mag zijn.

Samen zijn we nu afzonderlijk,
heel alleen, toch bij elkaar.
Maar de liefde is  verwonderlijk,
want ik houd nog  veel van haar

Zo uitdrukkingsloos,
zo fragiel, zo broos,
leeft ze in haar vergetelheid.
Ver weg, toch dichtbij,
soms verbaast ze mij,
als ze terug gaat in haar tijd.
Zij kent slechts het hier en nu,
herinnering herleeft.
Dat geeft zin aan haar bestaan,
wat nog voldoening geeft.

Samen zijn we nu afzonderlijk,
heel alleen, toch bij elkaar.
Maar de liefde is  verwonderlijk,
want ik houd nog  veel van haar

Ontoerekenbaar,
soms onhandelbaar
in haar schemerig perspectief.
Verliest in haar strijd,
trots en waardigheid,
maar ik heb haar nog innig lief.
Ik probeer te troosten,
wat  niet te troosten is,
zoekend naar genegenheid,
die ik van haar mis.

Samen zijn we nu afzonderlijk,
heel alleen, toch bij elkaar.
Maar de liefde is  verwonderlijk,
want ik houd nog  veel van haar

© Hans Cieremans

Dag van de verpleging

 

De ene mens vroeg eens aan de ander;

 

‘Stel je nu voor,

dat we ooit in de steek gelaten worden

door onze geest.

En we weinig meer zullen weten.

Of wellicht zelfs helemaal niets.

Met onze ziel vastgeklemd

onder de arm.

Verdwaald op onze levensweg.

Zoekend naar een ver verleden,

of iets anders, dat onvindbaar is.

Stel je dat nu eens voor.

Wat rest ons dan nog?’

 

De ander dacht even diep na en zei;

 

‘Ookal zijn we dan nog maar een schim,

van wie we ooit waren.

Heeft de tijd ons ingehaald,

en lijken we in wezen nauwelijks nog

op diegene in onze vroegere jaren.

We blijven mens,

we blijven altijd méns.’

 

En hij richtte zijn blik even omhoog.

De azuurblauwe hemel deed hem zijn ogen bijna sluiten.

 

‘Weet je?

Het enige wat we kunnen is hopen.

 

Hopen dat we

dát ook zullen blijven.

In andermans nabijzijn,

in andermans ogen,

in andermans handen.

Dat een stem je geruststelt en zegt;

‘Ik zie jou. Ik ken jou.’

 

‘Want uiteindelijk, is dat

het enige wat telt.

 

Méns te blijven.’

 

D.

 

#Trots👩‍⚕️💛

Geschreven door een vriendin Deanne