Zoveel kwijt….

safe_image
Vroeger was je heel innemend,
levenslustig, grappig, lief.
Nu ben jij heel achterdochtig,
angstig, somber, inactief.
Als je mij iets wil vertellen
snap ik niet wat jij bedoelt.
En ik moet voortdurend gissen,
wat jij denkt en wat jij voelt.

Als ik bij je op bezoek kom,
ben jij in jezelf gekeerd.
Om contact met je te maken,
heb ik alles geprobeerd.
Meestal ben je dan onrustig
en ook heel vaak prikkelbaar.
Wat een vreemde zuster wel lukt,
krijg ik zelf niet voor elkaar.

Dan zit ik me af te vragen
hoe dat kan, want zij is vreemd.
Is dat omdat jij nu hier bent,
dat je mij dat kwalijk neemt?
Of dat vreemde ogen dwingen?
‘k Weet het niet, maar het doet zeer.
Ik mis jou, ik wil je helpen,
maar ik weet het soms niet meer.

‘k Mis de lichtjes in je ogen,
jouw beminnelijke lach.
En waar ik niet aan kan wennen:
Jouw veranderde gedrag.
‘k Mis je liefdevolle aandacht,
ik ben zoveel van je kwijt.
Ik mis alles wie jij ooit was.
Waar is jouw persoonlijkheid?.

© Hans Cieremans

 

Advertenties

Afscheid..

IMG_5528

Lieve Mw vd E
Ik heb je leren kennen
als een bijzondere vrouw.
De tijd dat je bij ons was,
wist je precies wat je wilde.
Brood zonder korsten,
een kopje thee met veel suiker.
En áltijd een koekje erbij,
en nog een koekje en nog 1
.
Begin van de middag steevast naar je appartement,
waar je heerlijk op jezelf kon zijn.
De warme maaltijd het liefst aardappels, groente en een klein stukje vlees,
en de vla en melk maakten we warm in de magnetron.
.
Savonds steevast om 7 uur op bed, het liefst nog eerder..
en zeker deden we allen ons best om jou tevreden te stellen.
En als je het niet aanstond, dan zei of hoorden we je wel.
Nooit zal ik vergeten wat je vertelde over de schooljuffrouw!
Dat bleef jou je hele leven bij en heeft jouw veel verdriet gedaan.
Smorgens na de zorg als ik haren kamde,
trok je altijd een raar gezicht voor de spiegel, (en ik ook)
En samen lachten we hierom..
Je vond jezelf oud als je in de spiegel keek.
Ik ben al 96!    zei je dan..
Bij het naar brengen, ging je altijd de foto’s bij langs,
Je was trots op je man, je kinderen.
Even bij je op de rand van het bed zitten en kletsen voor je ging slapen, genoot je van.
Over je zere plek op de rug wrijven werd een ritueel.
.
Genieten kon je van muziek,
je hand en vingers kwamen in de lucht en deden dan mee.
En dan dat hikje, kwam ook vaak terug.
Je kon er niets aan doen en klonk zo grappig. “HIK”
.
Je komt nu niet meer van bed,
Het is goed geweest voor jou.
Ik wil slapen
zeg je..
“en niet meer uit bed!
Je wilt of kunt niet meer..
Je lichaam wordt zwakker,
je praten wordt gefluister..
De woorden vaak verdraaid..
Rust nu maar uit..
Je hoeft niet meer te kunnen.
Er wordt goed voor je gezorgd..
.
Voor mij, toch eerder dan verwacht,
ben je zachtjes heengegaan.
in het bijzijn van Anja en Jelle
die waren er altijd voor jou.
Nu mag je altijd slapen en rusten
in Vrede.

.

We gaan je missen..
Bedankt dat je er was,
dat we voor je mochten zorgen,
het laatste stuk van je leven.
Ik zal je niet vergeten.
.
Jess

Laten wij ze niet vergeten

laten-wij-825x210

Laten wij ze niet vergeten

Laten wij ze niet vergeten,
als ze ons vergeten zijn.
Laten wij wat zonlicht schenken
in hun schemerige brein.

Laten wij hun tranen drogen,
met de warmte van ons hart.
Laten wij ze richting geven
in de weg die hun verwart.

Laten wij ze niet vergeten,
als herinnering verbleekt.
Laten wij dan naar hen luist’ren,
als slechts hun verleden spreekt.

Laten wij dan mee bewegen
in beleving van weleer.
Laten wij vertrouwen geven,
niets steeds zeggen ‘kan niet meer’.

Laten wij ze niet vergeten,
als ze ons vergeten zijn.
Laten wij elkaar beloven
om er steeds voor hen te zijn.

©Hans Cieremans

 

Ons geluk

ons geluk

Soms is het moeilijk jouw aandacht te krijgen,
je kijkt, maar jij ziet me niet.
Ik weet intussen, ‘t is beter te zwijgen
en blader wat in een Margriet.
Ik lees geen woord, ik kijk naar de plaatjes
en denk aan hoe het eens was.
We waren verliefd en heel dikke maatjes,
net zestien en groen als het gras.

We zijn vroeg getrouwd, de kindertjes kwamen,
we kregen een dochter en zoon.
En al ons geluk, dat deelden we samen,
geluk was destijds heel gewoon.
We hadden het fijn, we hebben genoten,
het leven was toen één groot feest.
Die tijd is voorbij, voorgoed afgesloten,
wat was komt niet meer, da’s geweest.

Het leven neemt nu een andere wending,
niet zoals wij hadden gehoopt.
Ons levensverhaal krijgt geen ‘happy ending’,
door Alzheimer word jij gesloopt.
Het leven is eindig, da’s niet te vermijden,
maar zo valt die eindigheid zwaar.
Het is zo verdrietig om jou te zien lijden,
dit wilden we niet voor elkaar.

Ik vind het moeilijk jouw aandacht te krijgen,
dus staar ik maar in een Margriet.
Alzheimer is ons geluk gaan bedreigen,
het wordt nu vermengd met verdriet.
Alzheimer wil de herinn’ ring verstoren,
herinnering aan ons geluk.
Maar dat lukt niet, dat gaat nooit verloren,
zelfs Alzheimer krijgt dat niet stuk.

© Hans Cieremans

Samen, afzonderlijk

zo

Samen, afzonderlijk

Onderstaand gedicht is geschreven op de melodie van Donna, donna (Joan Baez)

muziek donna donna

Zo vertederend,
soms vernederend.
’t Voelt zo dubbel als ik haar zie.
Zo vergankelijk,
zorgafhankelijk,
het gezicht van haar dementie.
Ik zie al haar kwetsbaarheid,
‘k voel verborgen pijn.
Maar ze raakt me, ze ontroert,
een mens dat er mag zijn.

Samen zijn we nu afzonderlijk,
heel alleen, toch bij elkaar.
Maar de liefde is  verwonderlijk,
want ik houd nog  veel van haar

Zo uitdrukkingsloos,
zo fragiel, zo broos,
leeft ze in haar vergetelheid.
Ver weg, toch dichtbij,
soms verbaast ze mij,
als ze terug gaat in haar tijd.
Zij kent slechts het hier en nu,
herinnering herleeft.
Dat geeft zin aan haar bestaan,
wat nog voldoening geeft.

Samen zijn we nu afzonderlijk,
heel alleen, toch bij elkaar.
Maar de liefde is  verwonderlijk,
want ik houd nog  veel van haar

Ontoerekenbaar,
soms onhandelbaar
in haar schemerig perspectief.
Verliest in haar strijd,
trots en waardigheid,
maar ik heb haar nog innig lief.
Ik probeer te troosten,
wat  niet te troosten is,
zoekend naar genegenheid,
die ik van haar mis.

Samen zijn we nu afzonderlijk,
heel alleen, toch bij elkaar.
Maar de liefde is  verwonderlijk,
want ik houd nog  veel van haar

© Hans Cieremans

Dag van de verpleging

 

De ene mens vroeg eens aan de ander;

 

‘Stel je nu voor,

dat we ooit in de steek gelaten worden

door onze geest.

En we weinig meer zullen weten.

Of wellicht zelfs helemaal niets.

Met onze ziel vastgeklemd

onder de arm.

Verdwaald op onze levensweg.

Zoekend naar een ver verleden,

of iets anders, dat onvindbaar is.

Stel je dat nu eens voor.

Wat rest ons dan nog?’

 

De ander dacht even diep na en zei;

 

‘Ookal zijn we dan nog maar een schim,

van wie we ooit waren.

Heeft de tijd ons ingehaald,

en lijken we in wezen nauwelijks nog

op diegene in onze vroegere jaren.

We blijven mens,

we blijven altijd méns.’

 

En hij richtte zijn blik even omhoog.

De azuurblauwe hemel deed hem zijn ogen bijna sluiten.

 

‘Weet je?

Het enige wat we kunnen is hopen.

 

Hopen dat we

dát ook zullen blijven.

In andermans nabijzijn,

in andermans ogen,

in andermans handen.

Dat een stem je geruststelt en zegt;

‘Ik zie jou. Ik ken jou.’

 

‘Want uiteindelijk, is dat

het enige wat telt.

 

Méns te blijven.’

 

D.

 

#Trots👩‍⚕️💛

Geschreven door een vriendin Deanne

Belevingsgerichte zorg

Jess Panasonic 041

Zorg gericht op de beleving,
is vaak een verpleeghuistrend.
Je creëert dan een omgeving,
die de oudere herkent.
Je benadert de cliënten
met respect en empathie,
voor gelukkige momenten.
’t Is een mooie theorie.

Zorg gericht op de beleving,
is echter een probleem.
Een herkenbare omgeving
is niet haalbaar in ‘t systeem.
Aan de wil zal het niet schorten,
maar de theorie loopt stuk,
door de personeelstekorten
en de te grote werkdruk.

Tijd gaat op aan rapporteren
en aan veel vergadertijd.
Roosters maken, innoveren,
met als doel: ‘meer kwaliteit’.
Zo gaat dure tijd verloren,
haalt men niet ‘de zorg op maat’.
Zie je bordjes; ‘hier niet storen’,
en wordt heel wat afgepraat.

Zorg gericht op de beleving,
is een mooie theorie:
‘Geef herkenbare omgeving
aan de mens met dementie’.
Laten wij het tij weer keren,
geef je tijd weer aan hun ‘toen’.
Niet door al dat rapporteren,
niet vergaderen, maar ‘doen’.

© Hans Cieremans