Samen, afzonderlijk

zo

Samen, afzonderlijk

Onderstaand gedicht is geschreven op de melodie van Donna, donna (Joan Baez)

muziek donna donna

Zo vertederend,
soms vernederend.
’t Voelt zo dubbel als ik haar zie.
Zo vergankelijk,
zorgafhankelijk,
het gezicht van haar dementie.
Ik zie al haar kwetsbaarheid,
‘k voel verborgen pijn.
Maar ze raakt me, ze ontroert,
een mens dat er mag zijn.

Samen zijn we nu afzonderlijk,
heel alleen, toch bij elkaar.
Maar de liefde is  verwonderlijk,
want ik houd nog  veel van haar

Zo uitdrukkingsloos,
zo fragiel, zo broos,
leeft ze in haar vergetelheid.
Ver weg, toch dichtbij,
soms verbaast ze mij,
als ze terug gaat in haar tijd.
Zij kent slechts het hier en nu,
herinnering herleeft.
Dat geeft zin aan haar bestaan,
wat nog voldoening geeft.

Samen zijn we nu afzonderlijk,
heel alleen, toch bij elkaar.
Maar de liefde is  verwonderlijk,
want ik houd nog  veel van haar

Ontoerekenbaar,
soms onhandelbaar
in haar schemerig perspectief.
Verliest in haar strijd,
trots en waardigheid,
maar ik heb haar nog innig lief.
Ik probeer te troosten,
wat  niet te troosten is,
zoekend naar genegenheid,
die ik van haar mis.

Samen zijn we nu afzonderlijk,
heel alleen, toch bij elkaar.
Maar de liefde is  verwonderlijk,
want ik houd nog  veel van haar

© Hans Cieremans

Advertenties

Dag van de verpleging

 

De ene mens vroeg eens aan de ander;

 

‘Stel je nu voor,

dat we ooit in de steek gelaten worden

door onze geest.

En we weinig meer zullen weten.

Of wellicht zelfs helemaal niets.

Met onze ziel vastgeklemd

onder de arm.

Verdwaald op onze levensweg.

Zoekend naar een ver verleden,

of iets anders, dat onvindbaar is.

Stel je dat nu eens voor.

Wat rest ons dan nog?’

 

De ander dacht even diep na en zei;

 

‘Ookal zijn we dan nog maar een schim,

van wie we ooit waren.

Heeft de tijd ons ingehaald,

en lijken we in wezen nauwelijks nog

op diegene in onze vroegere jaren.

We blijven mens,

we blijven altijd méns.’

 

En hij richtte zijn blik even omhoog.

De azuurblauwe hemel deed hem zijn ogen bijna sluiten.

 

‘Weet je?

Het enige wat we kunnen is hopen.

 

Hopen dat we

dát ook zullen blijven.

In andermans nabijzijn,

in andermans ogen,

in andermans handen.

Dat een stem je geruststelt en zegt;

‘Ik zie jou. Ik ken jou.’

 

‘Want uiteindelijk, is dat

het enige wat telt.

 

Méns te blijven.’

 

D.

 

#Trots👩‍⚕️💛

Geschreven door een vriendin Deanne

Belevingsgerichte zorg

Jess Panasonic 041

Zorg gericht op de beleving,
is vaak een verpleeghuistrend.
Je creëert dan een omgeving,
die de oudere herkent.
Je benadert de cliënten
met respect en empathie,
voor gelukkige momenten.
’t Is een mooie theorie.

Zorg gericht op de beleving,
is echter een probleem.
Een herkenbare omgeving
is niet haalbaar in ‘t systeem.
Aan de wil zal het niet schorten,
maar de theorie loopt stuk,
door de personeelstekorten
en de te grote werkdruk.

Tijd gaat op aan rapporteren
en aan veel vergadertijd.
Roosters maken, innoveren,
met als doel: ‘meer kwaliteit’.
Zo gaat dure tijd verloren,
haalt men niet ‘de zorg op maat’.
Zie je bordjes; ‘hier niet storen’,
en wordt heel wat afgepraat.

Zorg gericht op de beleving,
is een mooie theorie:
‘Geef herkenbare omgeving
aan de mens met dementie’.
Laten wij het tij weer keren,
geef je tijd weer aan hun ‘toen’.
Niet door al dat rapporteren,
niet vergaderen, maar ‘doen’.

© Hans Cieremans

 

Alles is zo anders nu

Alles is zo anders nu

Eens zo sprankelend,
nu afhankelijk
door de zorgen die zij heeft.
Eens zo vlot, actief,
nu stil, depressief
in de wereld waarin zij leeft.

Af en toe is zij ad rem,
word ik nog door haar herkend.
Zegt ze met haar fluisterstem:
‘Ik ben blij dat jij er bent’

Zo vergankelijk,
leeft zij wankelend,
in haar kwetsbare evenwicht.
Haar persoonlijkheid,
is volledig kwijt,
heel haar leven totaal ontwricht.

Alles is veranderd nu,
door die rotte dementie.
Soms heeft zij een déjà-vu,
wanneer ik haar glimlach zie.

Soms vernederend,
toch vertederend,
is haar leven, verzwakt, fragiel.
Al haar waardigheid,
verdween met de tijd,
als een mes snijdend door haar ziel.

En zo loopt ze strompelend,
langs de rand van haar bestaan.
Uitzichtloos en mompelend,
tot het kaarsje uit zal gaan.

© Hans Cieremans

Week van de eenzaamheid

safe_image

Laat me niet alleen

Als ik zoveel ben vergeten,
dat ik jou zelfs niet herken.
Als ik steeds maar weer blijf vragen,
hoe jij heet en waar ik ben.
Als ik niets meer kan begrijpen,
van de wereld om me heen.
Dan heb ik je keihard nodig,
dus laat mij dan niet alleen.

Als ik wartaal uit ga spreken,
naar je kijk, maar je niet zie.
Als ik niet weet hoe te hand’ len
en verlies ik mijn regie.
Als ik boos word en opstandig
of van angsten haast versteen.
Dan heb ik je keihard nodig,
dus laat mij dan niet alleen.

Als ik alsmaar een beroep doe
op je eindeloos geduld.
Als het jou wel eens teveel wordt,
geef dan Alzheimer de schuld.
Want ik kan het zelf niet helpen,
Alzheimer is zo gemeen.
Ook jij lijdt, dat doen het samen,
laat mij daarom nooit alleen.

© Hans Cieremans